In dit stuk lees je waarom volg je passie vaak het verkeerde advies is, waar bevlogenheid wél vandaan komt, en hoe je ervaring je grootste bondgenoot is in plaats van een blok aan je been.
Volg je passie is slecht advies
Het klinkt mooi, maar het deugt zelden. "Volg je passie" gaat ervan uit dat er ergens een verborgen roeping op je ligt te wachten, en dat je je huidige werk moet verlaten om die te vinden. Voor iemand met twintig jaar ervaring is dat zelden waar, en vaak een dure vergissing.
Passie is namelijk geen ding dat je vindt. Bij de meeste mensen groeit ze juist uit het werk zelf, naarmate ze er beter in worden, er ruimte in krijgen en er betekenis in zien. Dat verklaart ook waarom de vonk kan verdwijnen zonder dat je iets verkeerd hebt gedaan: niet jij bent veranderd, maar de omstandigheden waarin je werkt.
Waar de vonk wel vandaan komt
Onderzoek naar wat mensen energie en bevlogenheid geeft, wijst keer op keer naar dezelfde drie dingen. Het eerste is autonomie: genoeg ruimte om het werk op jouw manier te doen. Het tweede is meesterschap: je vakmanschap echt kunnen inzetten, niet steeds hetzelfde kunstje herhalen. Het derde is betekenis: zien waartoe je werk dient. Waar die drie op orde zijn, ontstaat bevlogenheid bijna vanzelf.
En precies daar wringt het na twintig jaar. Sluipenderwijs slijten ze weg. Er komen meer regels en minder ruimte. Het werk wordt routine. Het doel raakt uit zicht achter de waan van de dag. De vonk is dan niet verdwenen, hij is uitgehongerd. Het goede nieuws: wat je kunt uithongeren, kun je ook weer voeden.
Maak ruimte en geef jezelf toestemming
De creatieve impuls komt zelden uit een schone lei. Hij komt uit ruimte maken en buiten je ingesleten paden durven stappen. Een paar nuchtere manieren om te beginnen:
- Maak een niet-doen-lijst. Schrap iets wat je energie kost en dat niemand mist, en gebruik die ruimte voor iets wat je wel wilt.
- Ruil taken met een collega: iets waar jij op leegloopt en je collega juist energie van krijgt, en andersom.
- Schuif een keer aan bij een ander team of vakgebied, gewoon om te zien hoe zij het aanpakken.
- Begin een klein eigen project naast je werk, hoe bescheiden ook. Niet om er meteen iets mee te moeten, maar om weer te maken.
Het lastigste is meestal niet de ruimte, maar de toestemming. Die geef je jezelf.
Je ervaring is je grondstof, niet je gevangenis
De reflex bij sleur is denken dat je iets totaal anders moet, een schone lei, opnieuw beginnen. Maar je twintig jaar ervaring is geen blok aan je been. Het is je grootste grondstof. Je weet wat werkt, je kent de valkuilen, je hebt een vakmanschap dat een beginner niet heeft. Een creatieve impuls bouwt daarop voort.
De projecten waar je van droomt, zijn vaak juist haalbaar dankzij wat je al kunt, niet ondanks. Dat is een geruststellende gedachte: je hoeft niet alles weg te gooien wat je hebt opgebouwd. Je mag het opnieuw inzetten, op een manier die wel klopt.
Waarom dit lastig alleen te doen is
Na zoveel jaar zit je vaak vast in dezelfde denkpatronen. Je blijft kijken binnen je vertrouwde wereld, omdat je die het beste kent. Dat is geen onwil, het is sleur die in je hoofd is geslopen. En juist daar zit de moeilijkheid: je kunt jezelf lastig de vragen stellen die je niet meer gewend bent te stellen.
Het helpt om iemand te hebben die dat wel doet. Niet alleen de vraag "wat kan ik en wat past bij mijn vak", maar ook "wat klopt voor mij, waar word ik weer nieuwsgierig van". Een goede coach maakt dat vastzittende denken los, en helpt je een vaag verlangen, dat je weer iets wilt maken, om te zetten in een concrete eerste stap. Niet met een wonderformule, maar met de juiste vragen en een frisse blik.
Met inzichten uit de zelfdeterminatietheorie over autonomie, meesterschap en zingeving (Ryan en Deci) en uit publicaties over creatieve loopbaanbegeleiding, beschreven in vakblad Loopbaanvisie.