Dit stuk helpt je het verschil te zien tussen moe zijn en leeglopen, en geeft je een paar concrete dingen die je zelf kunt proberen, voordat het groter wordt.
Vaak is het niet te weinig rust, maar te veel geven
In onze gesprekken met professionals in Amsterdam, Haarlem en omgeving komt een patroon steeds terug. Het is meestal niet iemand die te weinig doet, maar iemand die te veel geeft. Je bent betrokken, je legt je hart in je werk, je zegt niet snel nee. Je bent vaak degene die nog even iets oppakt. Overdag merk je er weinig van, je gaat door op enthousiasme. Maar aan het eind van de dag val je stil, en op een gegeven moment laadt zelfs het weekend je niet meer echt op.
Dat is geen kwestie van luiheid of van te weinig vakantie. Het is een kwestie van energie die de hele dag één kant op stroomt, zonder dat er genoeg voor terugkomt. En juist daar valt iets aan te doen, zonder dat je je werk of je betrokkenheid hoeft op te geven.
Moe is niet hetzelfde als leeg
Moe ben je van inspanning. Een nacht slecht slapen, een drukke week, een grote deadline: daar ben je moe van, en daar herstel je van met rust. Leeg is iets anders. Leeg raak je niet zozeer van hoeveel je doet, maar van wat het je kost en of er genoeg tegenover staat. Je kunt een week vrij nemen en je na twee dagen weer leeg voelen zodra je terug bent, omdat de onderliggende balans niet is veranderd.
Daarom is "even gas terugnemen" vaak niet het hele antwoord. Minder doen helpt tijdelijk, maar als je daarna weer precies zo doorgaat, ben je zo weer terug bij af. De vraag is niet alleen hoeveel je doet, maar waar je energie heen lekt, en hoe je er meer van terugkrijgt.
Geef je energie een cijfer
Een van de simpelste dingen die in de praktijk verrassend goed werkt: geef jezelf aan het eind van elke dag een cijfer voor je energie, van 1 tot 10. Schrijf er één regel bij over wat die dag het meeste energie gaf, en wat het meeste kostte. Doe dat een week of twee.
Wat je daarmee krijgt, is een patroon in plaats van een vaag gevoel. Je gaat zien dat het niet "de hele week" zwaar was, maar dat het op dinsdag kelderde na drie overleggen achter elkaar, en dat je op de dag met dat ene project juist een acht noteerde. Dat maakt het concreet. Je weet daarna niet alleen dát je leegloopt, maar waar het gebeurt. En dat is het begin van er iets aan veranderen.
Verdeel je energie over de dag
Als je eenmaal ziet waar je energie heen gaat, kun je je dag anders indelen. Een patroon dat voor veel mensen werkt: doe het werk dat de meeste concentratie vraagt op het moment dat je het meeste in je hebt, voor de meeste mensen is dat de ochtend, en plan het contact, de overleggen en de losse klusjes op een ander deel van de dag. Niet alles hoeft op je zwaarste moment.
Het gaat er niet om dat je je hele agenda omgooit. Soms is het genoeg om twee zware dingen niet meer achter elkaar te zetten, of om na een intensief gesprek tien minuten te nemen voordat je doorgaat. Kleine verschuivingen in wanneer je iets doet, schelen vaak meer dan je verwacht.
Plan rust in, in plaats van te hopen dat het er vanzelf van komt
Rust is voor veel mensen het eerste dat sneuvelt. Je neemt je voor om het rustiger aan te doen, maar de dag loopt vol en de rust komt er niet. Wat helpt, is rust net zo concreet inplannen als je afspraken: een wandeling op een vast moment, een avond zonder scherm, een blok in je agenda waarin even niets hoeft. Niet als beloning voor als alles af is, maar als onderdeel van de dag zelf.
Let daarbij op één ding. Druk bezig zijn kan ook een manier zijn om iets niet te voelen. Soms is non-stop doorgaan geen teken van te weinig energie, maar een manier om niet stil te hoeven staan bij een vraag die eronder ligt. Als je merkt dat je de stilte blijft vermijden, is het de moeite waard om daar eens rustig naar te kijken, eventueel met iemand erbij.