In dit stuk lees je waarom de zoektocht naar richting beter binnen begint dan bij de vacatures, en hoe je je eigen rode draad terugvindt.
Beginnen bij vacatures is beginnen bij het einde
Het is een begrijpelijke reflex. Je wilt verandering, dus je gaat zoeken naar wat er te krijgen is. Maar een vacaturesite laat zien wat er bestaat, niet wat bij jou past. Je leest functietitels en eisen, en probeert jezelf daarin te passen. Vaak werkt dat averechts: je voelt je nog verlorener, omdat geen enkel hokje precies klopt.
Een vacature is het eindpunt van het proces, niet het startpunt. Voordat je weet waar je naartoe wilt, helpt het weinig om te kijken wat er aan functies voorbijkomt. Eerst de richting, dan de route.
Richting begint bij wat energie geeft, niet bij wat er te krijgen is
De vraag is niet "welke baan kan ik krijgen", maar "wat wil ik eigenlijk, en waar ben ik goed in". Onderzoek naar loopbaanontwikkeling laat zien dat dit de juiste volgorde is: nadenken over je drijfveren en je kwaliteiten gaat vooraf aan het verkennen van concreet werk. Eerst naar binnen, dan naar buiten.
Je drijfveren zitten dieper dan een functie. Ze ontstaan vaak al vroeg en gaan een leven lang mee. Daarom is de vraag wat je werk je oplevert aan betekenis, contact of uitdaging vaak bruikbaarder dan de vraag welke functietitel je zoekt. Twee mensen met dezelfde baan kunnen die om totaal verschillende redenen fijn vinden.
Zoek je rode draad
Denk terug aan momenten waarop je de tijd vergat. Niet alleen op je werk, maar ook daarbuiten: een project, een gesprek, een klus, iets wat je als kind al graag deed. Schrijf er vijf of zes op. Kijk dan naar wat ze gemeen hebben. Ging het om iets maken, om mensen verder helpen, om uitzoeken hoe iets werkt, of om de leiding nemen?
Dat patroon zegt meer over je richting dan welke functietitel ook. Het wijst naar het soort werk waar je energie van krijgt, los van hoe de baan precies heet.
Het hoeft geen complete ommezwaai te zijn
Veel mensen stellen het zoeken naar richting uit omdat ze denken dat het alles of niets is: blijven zitten waar je zit, of je hele carrière omgooien. In de praktijk ligt de oplossing vaak in het midden. Soms is de richting die je zoekt te vinden in een ander accent binnen je vak, een andere omgeving, of een rol die net iets dichter bij je drijfveren ligt.
De vraag is dus niet alleen "wil ik iets totaal anders", maar ook "welk deel van wat ik doe geeft me energie, en hoe krijg ik daar meer van". Dat maakt het zoeken naar richting een stuk minder spannend, en een stuk realistischer.
Waarom dit lastig alleen te doen is
Naar binnen kijken klinkt eenvoudig, maar het is verrassend lastig om alleen te doen. Je zit te dicht op je eigen verhaal. Wat voor jou vanzelfsprekend is, een talent dat je amper opmerkt, is vaak precies de aanwijzing die je zoekt. Een goede gesprekspartner stelt de vragen die je jezelf niet stelt, en helpt je een vaag verlangen, zoals meer betekenis of iets met mensen, te vertalen naar concrete, haalbare stappen.
Dat is waar loopbaancoaching over gaat. Niet iemand die je vertelt wat je moet worden, maar iemand die je helpt ontdekken wat er al in je zit, en wat een goede eerste stap kan zijn.
Met inzichten uit onderzoek naar loopbaancompetenties (Kuijpers) en uit de loopbaanpsychologie rond drijfveren en levensverhaal.