In dit stuk leest u waarom een generiek programma vaak tekortschiet, en wat voor werkgevers in Amsterdam, Haarlem en omgeving wél het verschil maakt. Met cijfers van TNO en UWV.
De rekensom die elke HR-afdeling in de regio kent
Voor werkgevers in Amsterdam, Haarlem en omgeving is de krapte een bekend gegeven. Volgens de arbeidsmarktcijfers van UWV is de regio Groot-Amsterdam al jaren krap tot zeer krap, met tienduizenden openstaande vacatures, vooral in zorg, onderwijs, techniek en ICT. Een medewerker die vertrekt, is in deze markt duur en traag te vervangen.
Tegelijk staat de inzetbaarheid van uw zittende mensen onder druk. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO en CBS blijkt dat ongeveer een op de vijf werknemers burn-outklachten ervaart, en onder werknemers tot vijfendertig jaar zelfs ongeveer een op de vier. De behoefte aan maatregelen is daarbij het grootst in zorg en onderwijs, precies de sectoren die in onze regio zwaar wegen. De verzuimkosten door werkstress lopen voor werkgevers volgens TNO jaarlijks in de miljarden.
De optelsom is eenvoudig. Vervangen is moeilijk, uitval is duur, en de mensen die u heeft wilt u gezond en gemotiveerd houden. Investeren in duurzame inzetbaarheid is daarmee geen luxe, maar een vorm van risicobeheer.
Waarom een vitaliteitsprogramma voor iedereen vaak niet werkt
De meest gekozen reactie is een vitaliteitsprogramma: een stappenchallenge, een workshop ontspanning, een sportabonnement met korting. Goedbedoeld, en niet zonder waarde. Maar als instrument tegen uitval schiet het vaak tekort, om een eenvoudige reden. Het is voor iedereen hetzelfde, terwijl het probleem dat niet is.
De DIX-benchmark van TNO, gebaseerd op de inzetbaarheid van ruim vijftienduizend werknemers, laat zien waar het in Nederland gemiddeld wringt. Niet zozeer in kennis of werkplezier, want daar staan werkenden relatief sterk. Wel in mentale vermoeidheid en in eigen regie: het gevoel zelf grip te hebben op de eigen loopbaan en inzetbaarheid. Een programma dat vooral inzet op meer bewegen helpt iemand die mentaal leegloopt of weinig grip ervaart maar beperkt. U lost dan een probleem op dat die persoon niet heeft, en laat het echte probleem onaangeroerd.
Veel werknemers willen wél aan hun inzetbaarheid werken, maar weten niet hóe. Tussen willen en doen zit een gat, en dat vult u niet met een algemeen programma.
Het knelpunt is zelden motivatie, maar weten hoe
Er bestaat een hardnekkig misverstand dat medewerkers die stilstaan in hun ontwikkeling vooral een motivatieprobleem hebben. De data wijzen een andere kant op. Hetzelfde TNO-onderzoek laat zien dat in alle leeftijdsgroepen veel werknemers graag aan hun inzetbaarheid willen werken, maar niet weten waar te beginnen.
Dat is eigenlijk goed nieuws, want een vraag van "hoe dan" is op te lossen. Niet met een algemene oproep om meer eigen verantwoordelijkheid te nemen, want dat werkt averechts bij iemand die juist weinig grip ervaart. Wel met concrete begeleiding: een gesprek waarin iemand helder krijgt waar hij staat, wat energie geeft en kost, en welke stap bij hem past. Dat is precies waar een goed loopbaangesprek voor bedoeld is.
Wat wel werkt: het goede gesprek, op tijd
De meest onderschatte maatregel is ook de eenvoudigste: een gericht loopbaangesprek met een onafhankelijke gesprekspartner, voordat er een probleem is. Niet pas bij dreigende uitval of bij een exitgesprek, maar als vast onderhoudsmoment.
Wat het oplevert: u hoort vroeg wat er speelt, de medewerker voelt zich gezien, en samen wordt zichtbaar waar bijsturen helpt. Voor een organisatie is dat aanzienlijk goedkoper dan verzuim of vertrek. En het sluit aan bij wat het onderzoek aanraadt, namelijk maatwerk per persoon in plaats van een generiek programma, en hulp bij het hoe in plaats van een oproep tot meer eigen regie.
Bij Vizier op Scherp is dit vaak het eerste wat we voor werkgevers doen: een ronde proactieve loopbaangesprekken met een afgebakende groep medewerkers, met een korte terugkoppeling op hoofdlijnen. Geen groot programma, wel een concrete eerste stap die laat zien wat een gesprek op tijd waard is.
Bronnen: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (TNO en CBS); DIX-benchmark 2022 tot 2025 (TNO); Regio in Beeld Groot-Amsterdam (UWV).